10 vragen aan... Arjen Mantel

Printervriendelijke versie

Type boog: Voornamelijk recurve, maar ook een houten jachtboog
Favoriete afstand: Binnen 18m, buiten 30m
Schutter sinds: 1995
P.R.: 246 op 18m

1.   Wie is Arjen Mantel?

Ik zou mijzelf omschrijven als een rustig persoon, en sociaal. Ik laat niet teveel van mezelf zien, maar ben wel geïnteresseerd in anderen. Als je iets van mij wilt weten, dan moet je dat echt uit mij trekken. Ik werk als bloemen- en plantenverdeler bij de veiling in Aalsmeer. En ik woon sinds kort op mijzelf in mijn eigen huis. Dit is heerlijk, lekker stil, lekker rustig, kan ik zelf doen wat ik wil.

2.   Hoe of waarom ben je ooit met boogschieten begonnen?

Ik zat eerst op de scouting, bij Graaf Bernadotte in Heemstede. Op een gegeven moment was er hier bij Brederode een examen voor instructeurs waarbij diverse scouting groepen werden uitgenodigd om te komen schieten. Ik deed mee en vond het toen al gewoon leuk. Maar later kregen we bij de scouting een nieuwe hopman, en die deed verrekt veel aan voetbal. En als er iets is, waar ik een rothekel aan heb, dan is het wel voetbal. Dus toen ben ik van de scouting af gegaan en als 14 jarige bij de jeugd van Brederode gaan schieten. Dit was tot 2000. Toen heb ik een tijdje niet geschoten en nu ben ik weer lid sinds 2005.

3.   Wat vind je zo leuk aan de handboogsport?

Toen ik begon vond ik het vooral leuk en nieuw (en ik ontkwam aan de voetbal). Nu vind ik het leuke aan handboog dat ik er mijn eigen ding kan doen, en mijzelf kan zijn. Ik ben niet direct een teamspeler. Bij boogschieten doe je het zelf. Dat bevalt mij. Ook is het voor mij een uitdaging om mijn scores zo goed mogelijk te krijgen, en te blijven verbeteren. Ik doe mee aan de wintercompetitie 18 en 25 meter. Toen ik weer begon met de wedstrijden schoot ik amper een 7 gemiddeld, en nu zit ik tegen een kleine 8 aan.
Ik vind het tijdens de competitie leuk om andere mensen te ontmoeten. Ook vind ik het interessant bij rayon- of bondskampioenschappen om te zien waar de andere verenigingen vandaan komen. Ik kijk de meeste tijd naar de achterkant van hun shirtjes en denk dan “waar ligt dat?” Dat vind ik gewoon leuk.

4.   Wat zijn je drijfveren om de jeugd te trainen?

Een aantal jaar geleden konden we een enquête van de vereniging invullen. Ik heb toen eigenlijk met een ‘grote bek’ ingevuld dat ik wel les wilde geven. Ik had verwacht dat het toch niets zou worden, maar prompt kwam Johan naar mij toe of ik het op de woensdagavond eens wilde proberen. Ik bleek een goede klik te hebben met de jeugd. Een tijdje later heb ik de cursus voor trainer gevolgd.

5.   Wat probeer je de jeugd bij te brengen, wat geef je ze mee?

Ik vind het leuk om de jeugdleden het boogschieten bij te brengen. Voor volwassenen hanteren we wel een lesschema. Maar bij de jeugd passen we de lesstof individueel aan. Want het ene jeugdlid pakt het gemakkelijk op, en de ander moet je wat meer bijbrengen. Ik probeer mijn ervaring te delen met de jeugdleden om ze te leren schieten en om hierin plezier te hebben. Ik heb vooral de beginnende schutters onder mijn hoede. Maar als de wat meer ervaren schutters aan de meet staan, dan kijk ik of ik ze wat af kan leiden, om ze te leren geconcentreerd te blijven.

6.   Wat leer je zelf van het trainen van anderen?

De trainerscursus was vooral over hoe zet je nieuwe leden onder de boog en hoe geef je les. Wat ik heel erg gemist heb in de cursus was de techniek van het boogschieten. Bijvoorbeeld: de schutter doet dat en dat fout, maar wat is de oorzaak? Op dat vlak heb ik meer geleerd van Johan en Huib dan van die hele cursus.

7.   Wat is je talent, en wat vind je moeilijk?

Ik blijf de meeste tijd rustig mijn ding doen. Bij een wedstrijd ben ik altijd een uur van tevoren aanwezig zodat ik rustig mijn boog kan opbouwen en kan voorbereiden. De laatste tijd heb ik wat meer problemen met de pijl door de klikker heen te trekken. Ik heb geen flauw idee waar dat aan ligt. Waarschijnlijk weten Huib of Johan het wel, maar ik heb het nog niet aan hun gevraagd. En bij het hout schieten is het soms 1-2-pof en de pijl is weg. Ik doe het te snel. Ik vind het moeilijk om wat langer te ankeren. Überhaupt vind ik hout schieten moeilijker dan recurve.

8.   Wat betekent Brederode voor jou?

Ik voel me hier prettig, ik vind het gezellig, de sfeer vind ik goed. Ik kan mijn eigen ding doen. Als ik koffie wil drinken, kan ik koffie gaan drinken. Ik voel me vrij, de sfeer is ongedwongen.

9.   Welke overige sporten beoefen je? Of heb je bepaalde hobby’s?

Ik doe aan fotografie, vooral natuurfotografie vind ik leuk. Ik heb eens een zwart-wit cursus gevolgd, en daar kregen we een opdracht: “de hobby van”. In die tijd deed ik zelf niet meer aan boogschieten, maar ik had wel Ann Kauling in mijn hoofd voor deze opdracht. Ik ben naar Brederode gegaan en heb hier foto’s van haar gemaakt.  En zodoende ben ik toen ook zelf weer bij het boogschieten gekomen. Dat was in 2005.

10.   Wie wijs je aan voor het volgende interview, en wat zou je van hem/haar willen weten?

Imi Visser, één van de nieuwe leden. Ik zou willen weten waarom zij nou longbow schiet en geen recurve. Ook ben ik nieuwsgierig of “Imi’ nou een afkorting is, of niet.

Heb jij ook een vraag die je aan Imi zou willen stellen, mail dan naar 10vragenaan@hbsvbrederode.nl. Het interview met Imi staat vanaf 2 juli op deze website.

Juni 2011.