10 vragen aan... Kees Daems

Printervriendelijke versie

Type boog: barebow recurve en houten boog
Favoriete afstand: 18 meter binnen en buiten 30 meter
Schutter sinds: 1993
P.R.: Dat ben ik vergeten, maar ik heb 1 keer een volle bak geschoten.

1.    Wie is Kees Daems?

Ik ben alleenstaand, mijn vrouw is 4 jaar geleden overleden. Ik heb twee dochters, twee kleinkinderen, ben gepensioneerd en woon in Lisse. Ik ben opgeleid als technisch tekenaar werktuigbouwkunde. De laatste 29 jaar heb ik gewerkt bij een firma in Haarlem als Piping Material Engineer. Co Mast en ik waren daar collega’s.
Naast boogschieten houd ik van fotograferen. Ik fotografeer alles wat los en vast zit. Het liefst onverwachtse dingen. Ik laat mensen dan ook nooit poseren.
Ik ben een rustig persoon en blijf graag een beetje op de achtergrond. Maar ik ben kritisch en kan soms gemeen uit de hoek komen. Als iemand me dwars ligt dan heeft ie een hele slechte aan me. Toch kan ik moeilijk nee zeggen. Als mensen een beroep op me doen, dan sta ik altijd klaar. Ik ga daarmee wel eens over mijn grenzen.

2.   Wie is Dimphy?

Dimphy is mijn hond, een Beagle. Ze is een boef en heel erg verwend. Het is een erg eigenwijze hond, een echte handenbinder. Ze is tien jaar oud, maar ik heb haar nu ruim 2 jaar. Ze is een 2e hands. Mijn vorige hond was net overleden toen mijn dochter opbelde: “Pa, we hebben een Beagle voor je in de aanbieding.” Dimphy zat in een opvang, want ze was van een oudere dame geweest die haar niet meer kon hanteren. Ik ben gaan kijken, en toen heb ik haar meegenomen. Tja, ik kon geen nee zeggen.

3.   Hoe of waarom ben je ooit met boogschieten begonnen?

Ik heb in mijn jonge jaren in Zuid-Afrika gewoond en gewerkt. Daar deed een collega aan boogschieten en hij vond dat ik het ook maar eens moest proberen. Ik heb met zijn boog geschoten en er bont en blauwe armen aan over gehouden. Maar ik vond het fascinerend. Terug in Nederland heb ik nooit meer aan boogschieten gedacht, tot ik eens door Santpoort reed en in het voorbijgaan een handboogvereniging zag. Ik realiseerde mij dat het hier in Nederland blijkbaar ook gedaan werd. Toen er in het Haarlems Dagblad stond dat Brederode op de locatie in Haarlem geopend was, ben ik gaan kijken op de Open Dag. De entourage van de club sprak me aan, en ik heb me opgegeven voor de beginnerscursus. Dat was in 1993.

4.   Wat vind je zo leuk aan de handboogsport?

Boogschieten is voor mij een goede invulling van mijn vrije tijd. Ik vind het leuk door de mensen om me heen. Ook houd ik van de spanning die er in zit en de kick die je krijgt als je de roos raakt. Het is een strijd tegen jezelf om steeds weer je scores te verbeteren.

5.   Je bent vicevoorzitter van de club. Wat zie je als jouw taak binnen het bestuur?

Zo’n 3 jaar geleden kwamen in het bestuur de posities van voorzitter en vicevoorzitter vrij. Ik was al zo lang lid en wilde ook wel eens wat doen voor de club. Dus ik heb met Huib overlegd, dat als hij voor de rol van voorzitter ging, dan wilde ik wel vicevoorzitter zijn. Maar ik had geen idee wat het inhield.
Toch denk ik dat we als bestuur wel het één en ander hebben bereikt. Drie jaar geleden stond het clubgevoel op een heel erg dood punt. Nu leeft het weer, er zit weer meer enthousiasme bij. Ook nemen er weer meer mensen deel aan de regio wedstrijden.
Binnen het bestuur ben ik iemand die de ideeën kan aandragen, maar ik heb graag dat iemand anders ze uitvoert. Ik ben geen organisator.

6.   Wat is jouw visie op Brederode? Wat zijn de sterke punten van de club en waar kan Brederode zich nog ontwikkelen?

Het sterke punt van Brederode vind ik de gemoedelijkheid. Je hoeft niet persé te presteren. Wel zou ik het leuk vinden als er wat meer mensen buiten de reguliere competitie om bij andere verenigingen wedstrijden zouden gaan schieten. Zoals eigenlijk de houtschutters al wel doen. Er zou iemand moeten zijn die de schutters hiervoor zou enthousiasmeren en dat van de grond trekt. Ook mis ik de interne competitie. Toen ik bij Brederode begon waren er speciale clubavonden waarop dat werd gehouden. De leden schoten tegen elkaar op 18 en 25 meter. Zoals de baan nu is ingericht kunnen beide afstanden tegelijk worden verschoten, en dat beperkt de totale competitietijd. Er zou wel iemand moeten zijn om de kar te trekken. Maar er is eerlijk gezegd binnen het bestuur ook niet over gesproken om dit weer in te voeren.

7.   Wat was je leukste handboogervaring?

Het was eens op een avond op de buitenbaan. Er stonden een paar mensen met compound te schieten. En ik kom aan met mijn kale boog, vraag welke afstand het is, leg aan en knal hem er zo tussen in! Men was sprakeloos…

8.   Wat is je talent bij het boogschieten, en wat vind je moeilijk?

Ik denk dat ik goed kan analyseren wat ik fout doe en dat kan corrigeren. Maar ik heb daar eigenlijk nooit echt begeleiding in gehad. Op de cursus werd wel gezegd hoe je het moest doen, maar voor de rest hebben ze me laten zwemmen.
Het moeilijkste vond ik met een clicker schieten, dat lukte helemaal niet. Daarnaast werd op een gegeven moment een boog met stabilisators er op voor mij te zwaar, toen ben ik op barebow over gegaan.

9.   Je bent het oudste lid van Brederode. Heeft dat nou nog zo zijn voordelen?

Nee hoor, geen voordelen. Wat ik wel erg leuk vind is dat iedereen mij gewoon “Kees” noemt en niet meneer of zo. Ook de jeugdleden.

10.   Wie wijs je aan voor het volgende interview, en wat zou je van hem/haar willen weten?

Alexandros Kanellos. Ik zou graag van hem willen weten hoe ver hij wil komen in het boogschieten. Wat is zijn doel, wat wil hij bereiken?

 

Heb jij ook een vraag die je aan Alexandros zou willen stellen, mail dan naar 10vragenaan@hbsvbrederode.nl
Het interview met Alexandros staat vanaf begin januari op deze website.

December 2011.