10 vragen aan...Huib van der Plas
Type boog: Recurve (maar ik heb eigenlijk alles geschoten met een pees)
Favoriete afstand: 90 meter
Schutter sinds: 1968
P.R.: 1152 op de FITA, en 287 op zowel 18 als 25m.
1. Wie is Huib van der Plas?
Ik ben een werknemer in ruste, en zit in de VUT. Ik denk dat ik heel sociaal ben. Ik ben geïnteresseerd in anderen en voel mij betrokken. Anderzijds houd ik mij wat afstandelijk. Privé dingen van mij komen zo min mogelijk op tafel. Ik kan heel dicht bij mensen komen, maar zij komen niet dicht bij mij. Ik kan mijzelf wegcijferen, want ik vind dat je nooit jezelf op de eerste plaats moet zetten, maar wel de ander.
2. Hoe of waarom ben je ooit met boogschieten begonnen?
Ik was als schilder werkzaam in het Provinciaal Ziekenhuis in Santpoort-Zuid en moest in opdracht van het ziekenhuis het woonhuis schilderen van de oprichter van Brederode. Brederode was toen nog de personeelsvereniging van het ziekenhuis. Toen ik bij hem binnen bezig was met schilderen, vroeg hij of ik eens wilde komen kijken, en of ik wat wilde helpen op de vereniging. Zo heb ik in 1968 als jong binkie kennis gemaakt met de vereniging en met de handboogsport. Pas in de loop van de jaren 70 ben ik echt begonnen met schieten.
3. Waar komt jouw grote passie voor de handboogsport vandaan?
Het begint bij jezelf, ik was bloedfanatiek, ik schoot elke dag. Al heel snel kon ik zo schieten dat je de vereniging overrulet, en in de regio op hoog nivo bezig was. Op een gegeven moment heb je alles bereikt, maar je interesse gaat verder. Toen ben ik diverse trainersopleidingen gaan doen. Want mijn interesse in boogschieten is de schutter, én de boog. Door jarenlange ervaring is het inmiddels zo dat ik alleen al door het geluid kan horen of iemand goed of slecht staat te schieten.
4. Vertel eens over je mooiste handboogervaring. Wat was je grootste misser?
Mijn mooiste handboogervaring was het behalen van mijn P.R. op een regiowedstrijd in Apeldoorn, waar ik als Brederode pikkie de Nederlandse kernploeg eruit schoot. Tweede hoogtepunt in mijn handboogcarrière was als bondscoach, het behalen van het europees kampioenschap.
Mijn grootste blunder was in Purmerend. Ik was geselecteerd voor het Nederlands kampioenschap, en kom daar met mijn boog binnen, maar mijn pijlen lagen thuis... Ik heb toen pijlen geleend, en iemand anders is kampioen geworden. Pech gehad.
5. Wat is je talent, en wat vind je moeilijk?
Ik denk dat mijn talent in de volle breedte van de boogsport is het kunnen analyseren van het spelletje. Ook ben ik in een wedstrijd stress bestendig. Hoe meer druk op de ketel, hoe meer ik ging bikkelen.
ik vind niet echt iets moeilijk, ik ben een gelijkmatige schutter. Maar ik heb wel maanden met een stuk bezemsteel in mijn hemd en broek staan schieten om meer rechtop te leren staan.
6. Wat was je mooiste overwinning?
Ik heb eigenlijk weinig gewonnen. (Ja hoor Huib, en dat geloven wij? Red.)
7. Wat betekent Brederode voor jou?
Brederode voelt als mijn clubje. Want het is voor mij een ongelooflijke bak werk geweest om de club vanuit Santpoort heelhuids hier op deze locatie te krijgen. Ondanks dat het er naar uit zag dat het Provinciaal Ziekenhuis op termijn zou gaan sluiten, heeft het heel veel moeite gekost om mensen te overtuigen om hun oude spullen achter te laten, en ergens anders opnieuw te durven beginnen. Dat is mijn zwaarste tijd geweest, maar dat was wel mijn ding.
8. Welke overige sporten beoefen je? Of heb je bepaalde hobby’s?
Ik heb zelf een eigen bootje gebouwd. Het maken ervan was een eenmalige hobby. Maar net als in de handboogsport, pakte ik dat heel gedisciplineerd en gestructureerd aan.
9. Wat zou je nou echt nog eens willen ervaren op handbooggebied?
Wat ik erg mooi zou vinden, is dat als meer sporters vanuit de club het land in zouden gaan voor wedstrijden, FITA enzovoort. Om kennis te maken met het grotere gebeuren, dat mis ik nu. Omdat ik weet dat er buiten de deur zoveel leuke dingen te beleven zijn in handboogschietland. Ik vind het jammer dat mensen daarin niet te bewegen zijn. Vroeger was dat wel zo, maar dat werd toen ook wel behoorlijk gestimuleerd.
10. Wie wijs je aan voor het volgende interview, en wat zou je van hem/haar willen weten?
Ik zou wel eens willen weten van Arjan Mantel, wat zijn drijfveren zijn om de jeugd te trainen.
Mei 2011.

